Je wilde zo snel mogelijk studeren. Naast je studie een fulltime baan moest kunnen volgens jou. Andere werelden en culturen lonkten, dus maakte je minimaal één keer per jaar een verre reis. Eenmaal afgestudeerd zette jij je oude leventje met veel uitgaan en sociale activiteiten voort. Dat moest toch kunnen? Waarom niet? Als iedereen het kan, dan kan ik dat toch ook dacht je. Je wilde niet onder doen voor je vrienden. Op Facebook en Twitter zag je wat voor een bijzondere reis vriend X had gemaakt en naar wat voor cool feest vriendin Y was geweest. Wat zag vriendin X er trouwens goed uit op Facebook.. In jouw ogen had iedereen een perfect leven, dus dat wilde jij ook.
Een tijdje slaagde je erin om alle ballen in de lucht te houden. Hard werken, nog even in het weekend die presentatie van volgende week voorbereiden en wat mailtjes beantwoorden, na een intensieve werkdag naar de sportschool of met vrienden afspreken. Totdat vermoeidheid de kop op stak, je was constant verkouden en kampte met allerlei kwaaltjes. Na een weekje bijtanken ging het weer, dus stoomde je verder in je aloude ritme. Totdat je weer tegen dezelfde muur opliep alleen dit keer erger. Innerlijk verlangde je naar een time-out, even uitrusten en niets doen, maar je zat in een sneltrein die maar doordenderde, dus ging je na een korte pauze weer verder.
Op je werk werd je inzet beloond en mocht je de kar gaan trekken van een nieuw, uitdagend project. Super trots en vereerd was je, dat jij deze belangrijke klus toebedeeld kreeg. Dat het betekende dat je nog langere dagen maakte dan je al deed, negeerde je, dat je steeds slechter sliep, weet je aan de jetlag van de zakenreizen. Je bleef doorgaan en negeerde de signalen die jou er op wilde attenderen, dat het zo niet langer kon. Totdat je van het ene op het andere moment allemaal teveel werd, de stoppen sloegen door. ’s Ochtends kwam je je bed niet meer uit bed, je kon niet meer op je benen staan. Geveld door een burn-out werd je letterlijk en figuurlijk gedwongen pas op de plaats te maken.


